Home / Strax / Nieuwsberichten / XYZ formule kan werkgever veel geld kosten
XYZ formule kan werkgever veel geld kosten
Dit bericht is geplaatst op 16 juli 2009 om 10:11
Na ontslagvergunning CWI toch vergoeding
Nederlands Dagblad (16-07-2009)
Tot voor kort hoefde een werkgever die afscheid nam van een medewerker via het CWI in veel gevallen geen ontslagvergoeding te geven. Maar die bordjes zijn verhangen door een aantal gerechtshoven. Zij kennen nu wel een vergoeding toe.
door Bert Tol
Na afloop van een ontslagprocedure via het CWI (sinds 1 januari UWV WERKbedrijf) kan de werknemer een rechtszaak opstarten tegen zijn ex-werkgever voor het verkrijgen van een ontslagvergoeding. Die procedure heet ‘kennelijk onredelijk ontslag’. Tussen de rechters zijn er grote meningsverschillen hoe deze ontslagvergoeding moet worden berekend. Nadat op 14 oktober 2008 het gerechtshof van Den Haag heeft vastgesteld dat de kantonrechtersformule moet worden gehanteerd met een korting van 30 procent, hebben de gerechtshoven van Amsterdam, Den Bosch en Leeuwarden met hun uitspraken op 7 juli 2009 een nieuwe formule ingevoerd: de wat minder dure XYZ-vergoeding. Bij een ontbinding van de arbeidsovereenkomst door de kantonrechter komt het UWV WERKbedrijf er niet aan te pas. De rechter ontbindt bij voldoende grond de arbeidsovereenkomst en de werknemer ontvangt een ontslagvergoeding op basis van de kantonrechtersformule. Die formule is per 1 januari 2009 aangepast waardoor de vergoedingen wat lager (circa 25 procent) uitvallen.
Billijkheid Na toestemming van het UWV WERKbedrijf kan de werknemer binnen zes maanden na afloop van het dienstverband een rechtszaak opstarten om een ontslagvergoeding te verkrijgen. Nu zijn er kantonrechters die ook in die procedure de kantonrechtersformule toepassen. Maar er zijn er evenzeer die een ‘vergoeding naar billijkheid’ aan de werknemer toekennen. Maar hoe de berekening van de vergoeding door de rechter was gedaan, bleef tot voor kort in het duister. De gerechtshoven van Amsterdam, Den Bosch en Leeuwarden hebben nu de XYZ-formule geïntroduceerd. Als de rechter oordeelt dat opzegging na toestemming van het UWV WERKbedrijf kennelijk onredelijk is, komt schadevergoeding aan de orde. De hoogte van de schadevergoeding wordt als volgt begroot. En dan citeer ik voor de duidelijkheid een deel van het vonnis:
schadevergoeding = X*Y*Z. X-factor: het aantal gewogen dienstjaren. Voor de berekening van X wordt de diensttijd afgerond op hele jaren. Vervolgens worden de dienstjaren op de volgende wijze gewogen: dienstjaren voor het 40e levensjaar tellen voor 1, van het 40e tot het 50e voor 1,5 en elk dienstjaar vanaf het 50e telt voor 2. Een periode van meer dan zes maanden wordt naar boven afgerond. Y-factor: laatstverdiende salaris. Bij de berekening van Y zal worden uitgegaan van het bruto maandsalaris, in ieder geval vermeerderd met vaste en overeengekomen looncomponenten, zoals vakantietoeslag, een vaste dertiende maand, een structurele overwerkvergoeding en een vaste ploegentoeslag. Z-factor: correctiefactor. In de Zfactor worden alle omstandigheden van het geval ten tijde van het ontslag gewogen, onder meer de hiervoor genoemde omstandigheden. Uitgangspunt is Z=0,5.
De kenners zien hierin de oude kantonrechtersformule zoals die van toepassing was tot 31 december 2008, zij het dat door de gerechtshoven een standaardkorting van 50 procent wordt gegeven. Na een procedure via het UWV WERKbedrijf zal in de regel ook de vraag aan de orde moeten komen of er sprake is van een recht op een ontslagvergoeding. Als er sprake is van een bedrijfseconomisch ontslag, of als de persoonlijke ontslaggrond niet ernstig aan het gedrag van de werknemer zelf is te wijten, zal vaker dan thans de werkgever rekening moeten houden met het betalen van een ontslagvergoeding. De periode waarbij vooral de ondernemer in het midden- en kleinbedrijf uitgaat van de gedachte dat na een ontslagvergunning van het CWI, de werkgever min of meer vanzelfsprekend ‘bevrijd’ is van het betalen van een ontslagvergoeding, lijkt hiermee definitief ten einde.
Voor en nadeel. Een nadeel is dat het gerechtshof te Den Haag – dus heel provincie Zuid-Holland – zeker 20 procent hogere ontslagvergoedingen aan de werknemer toekent dan de rest van Nederland. Dat is niet goed voor de rechtsgelijkheid en vraagt dus om duidelijkheid van de Hoge Raad. Het voordeel van de beleidswijziging van de gerechtshoven is dat weer een stap is gezet om tevoren duidelijkheid te verkrijgen over een mogelijke ontslagvergoeding. Dat is goed voor zowel werkgever als werknemer en bevordert de wederzijdse bereidheid om onderling een regeling te treffen. Wat partijen onderling kunnen regelen, heeft de voorkeur boven het voeren van een rechterlijke procedure. De vraag kan worden gesteld of de hele procedure via het UWV WERKbedrijf hiermee niet helemaal overbodig is geworden. Immers de aantrekkelijkheid van deze procedure ten opzichte van een ontbinding via de kantonrechter was vooral gelegen in het feit dat het UWV WERKbedrijf geen ontslagvergoeding kon vaststellen. Toch is het verminderde gebruik van de ‘CWI-procedure’ geen nadeel, omdat die wellicht blijft bestaan, vooral voor de toetsing van ontslagen na langdurige arbeidsongeschiktheid en van arbeidsgehandicapten. Die hebben een zwakkere positie op de arbeidsmarkt waarbij de publieke verantwoordelijkheid van het UWV WERKbedrijf een grotere rol mag spelen.
Mr. Bert Tol is arbeidsrechtjurist te Zwolle.

